Achter iedere succesvolle combinatie van ruiter en paard schuilt een wereld van investeringen, internationale handel en complexe fiscale vraagstukken. Voor fiscalist Rudolf Kaarsemaker is die wereld al meer dan dertig jaar zijn dagelijkse praktijk. Tijdens de RB Agrodag van 12 november neemt hij deelnemers mee in de fiscale uitdagingen van de paardensector, waar feiten, vertrouwen en vakkennis samenkomen.
De paardensector lijkt voor veel belastingadviseurs een wereld op zichzelf. Er gaan jaarlijks miljarden euro’s in om en vrijwel alle fiscale disciplines komen er samen: van omzetbelasting en ondernemerschap tot vermogensetikettering en internationale vraagstukken. Tijdens de RB Agrodag verzorgt Rudolf Kaarsemaker een introductie in de wereld van de paardensport en een sessie over de fiscale aspecten van de omzetbelasting in de paardenhouderij. Een onderwerp dat volgens hem veel meer omvat dan alleen landbouw of agrarisch ondernemerschap. “Het grootste deel van de paardenwereld heeft te maken met de sport. En juist daar ontstaan vaak de interessante fiscale vraagstukken.”
Economische waarde
De paardensport kent volgens Rudolf opvallende parallellen met andere topsporten. Net als bij voetbal begint alles met talentontwikkeling. Niet alleen bij ruiters, maar ook bij paarden. Paarden doorlopen verschillende ontwikkelingsfasen. In de eerste jaren ligt de nadruk op het opgroeien (opfok) en de gezondheid van de veulens. Daarna volgen de training en opleiding, waar zichtbaar wordt of een paard daadwerkelijk beschikt over topsportpotentieel. Voor professionele stallen en ruiters is dat een voortdurend proces van investeren, selecteren en ontwikkelen.
De economische waarde van een paard kan gedurende zijn ontwikkeling sterk veranderen. Juist daardoor ontstaan fiscale vraagstukken die niet altijd eenvoudig zijn te beantwoorden. Een van de terugkerende vragen is hoe een sportpaard fiscaal moet worden gekwalificeerd. Is een paard voorraad, bedoeld voor verkoop? Of is het een bedrijfsmiddel waarin langdurig wordt geïnvesteerd? “Dat lijkt misschien een eenvoudige vraag, maar in de praktijk is dat vaak niet zo. Een paard waarvan aanvankelijk werd gedacht dat het verkocht zou worden, kan zich ontwikkelen tot een potentiële topper. Dan verandert ook de fiscale kwalificatie,” legt Rudolf uit. De relatieve onbekendheid van de Belastingdienst met de paardensport leidt tot soms verschillende toepassing van regelgeving. Daarbij is er de complexiteit van de wetgeving en soms ook het gebrek aan duidelijkheid. Dat betekent dat adviseurs moeten terugvallen op algemene fiscale uitgangspunten en een buitengewoon zorgvuldige analyse van de feiten en omstandigheden.
Fiscale puzzels
Die feitelijke analyse vormt volgens Rudolf de kern van vrijwel elk adviestraject binnen de paardensector. Mede-eigendom van paarden is daarvan een goed voorbeeld. De ene investeerder verwacht uitsluitend zijn investering terug te verdienen, terwijl een andere mede-eigenaar juist geïnteresseerd is in toekomstige opbrengsten uit fokkerij of sportprestaties. Ook komen mondelinge afspraken nog regelmatig voor. “Als adviseur moet je eerst begrijpen wat partijen nou precies hebben afgesproken. Pas daarna kun je bepalen wat daarvan de fiscale gevolgen zijn. Dat vraagt niet alleen kennis van fiscale wetgeving, maar ook van begrip van de praktijk waarin ondernemers, investeerders en sporters opereren.”
Een belangrijk deel van Rudolfs praktijk bestaat uit btw-vraagstukken met een internationaal karakter. “Nederland heeft binnen de internationale paardensport een sterke positie. Voor veel buitenlandse eigenaren, ruiters en stallen is Nederland een belangrijke uitvalsbasis. Hier worden paarden gekocht, getraind en gestald en vinden veel internationale wedstrijden plaats. Vervolgens ontstaat de vraag of zij voor de btw als ondernemer kwalificeren en of zij de Nederlandse btw kunnen terugvragen. Ook kan de kwalificatie van de afnemer bepalend zijn voor de plaats waar een dienst fiscaal wordt geacht te zijn verricht. Als jouw klant een ondernemer is, kan dat tot een andere uitkomst leiden dan wanneer jouw klant een particulier is. Juist die combinatie van het belastingrecht en sectorspecifieke kennis maakt het noodzakelijk om verder te kijken dan alleen de wettekst.”
Lessen van topsporters
Opvallend genoeg is Rudolf niet vanuit een persoonlijke passie voor paarden in de sector terechtgekomen. Zijn specialisatie ontstond in de jaren negentig, toen hij via zijn werkgever betrokken raakte bij het Nederlands Olympisch Comité. Vanuit die samenwerking specialiseerde hij zich in de fiscale aspecten van de sportwereld. De paardensport bleef vervolgens aan hem plakken en groeide uit tot zijn belangrijkste expertisegebied. Dat betekent overigens niet dat de paardensport echt iets voor hem is. “Ik was vroeger zelfs bang voor paarden. Nu niet meer, hoor. Maar ik vind een ezel net zo leuk als een topsportpaard.” Die nuchtere blik typeert zijn aanpak. Zijn klanten hoeven met hem niet uitgebreid over prestaties, afstammingen of kampioenschappen te praten. Hij richt zich vooral op de fiscale en juridische vraagstukken achter de sport.
De lessen uit de topsport die Rudolf bij het Olympisch Comité heeft geleerd, spelen een belangrijke rol in zijn werk als adviseur. Volgens hem zijn drie eigenschappen bepalend voor succes: talent, doorzettingsvermogen en zelfreflectie. Over die laatste eigenschap, zegt hij: “Ik vraag collega-adviseurs altijd om kritisch mee te kijken. Ik hoor liever vandaag dat ik iets over het hoofd zie dan dat ik daar later bij een rechter achter kom.” Doorzettingsvermogen is volgens hem minstens zo belangrijk. Dat blijkt uit een aantal lopende procedures over de toepassing van het btw-nultarief bij de export van paarden. Hiervoor dook hij diep in de Nederlandse en Europese regelgeving en kwam uiteindelijk tot de conclusie dat Nederland de Europese btw-richtlijn op dit punt mogelijk niet correct heeft geïmplementeerd. Die stelling legde hij vervolgens voor aan het gerechtshof. Inmiddels heeft het hof tijdens een zitting aangegeven te overwegen om hierover prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, iets waar de dagelijkse praktijk veel baat bij kan hebben.
Voor Rudolf zit de uitdaging juist in dat onderzoeksproces. “Je begint met een vraagstuk, duikt de wetgeving in en ontdekt onderweg steeds nieuwe verbanden. Dat proces verloopt zelden rechtlijnig en is vaak associatief. Dan kom je een artikel, uitspraak of interpretatie tegen waardoor je ineens anders naar de zaak gaat kijken. Dit is als het uitzetten van een route waarbij je voortdurend zijpaden tegenkomt. De kunst is om die te onderzoeken zonder je einddoel uit het oog te verliezen. Hoe een zaak er in het begin uitziet, is bijna nooit hetzelfde als op het moment dat je uiteindelijk je pleidooi afrondt.” Juist die combinatie van inhoudelijke verdieping, strategisch denken en het vertalen van complexe regelgeving naar begrijpelijk advies vormt voor Rudolf de aantrekkingskracht van het vak. “Uiteindelijk moet een klant begrijpen waarom een bepaalde route verstandig of nodig is, zelfs als die naar de rechter leidt.”
Vertrouwen als belangrijkste kapitaal
Hoewel de paardensector voor veel belastingadviseurs geen dagelijkse praktijk is, komen er fiscale vraagstukken voorbij die vragen om specialistische kennis van zowel de regelgeving als de branche. Juist op dat snijvlak ondersteunt Rudolf regelmatig collega-adviseurs. “Heel vaak spring ik bij als discussies met de Belastingdienst lastig worden. Er zijn weinig belastingadviseurs met grondige kennis van de paardenwereld. Dan help ik omdat ik de sector ken en weet hoe de praktijk werkt. Mondelinge afspraken zijn niet ongebruikelijk en reputatie is in die wereld cruciaal. Als je in de paardenhandel zit en je één of twee keer iemand een oor aannaait, gaat dat rond. Dan doe je geen zaken meer. Dat geldt niet alleen voor de paardenwereld, maar ook voor de adviespraktijk. Reputatie en integriteit zijn mijn werkkapitaal.”
Fiscale regels en wetgeving Hippische sector > Tijdens de RB Agrodag Paardenhouderij deelt Rudolf zijn ervaringen uit de praktijk en gaat hij in op actuele fiscale vraagstukken rondom paardenhouderij, paardensport en handel. Een waardevolle sessie voor fiscalisten die hun kennis van deze bijzondere sector willen verdiepen en beter voorbereid willen zijn op complexe vraagstukken in de adviespraktijk. *Naast Rudolf zijn er nog vijf andere sprekers te gast.
Voordeel-alert: Het RB bestaat 95 jaar, en dat vieren we met jou! Ter ere van ons jubileum krijg je als RB-lid de laatste 95 dagen van 2026 – van 28 september tot en met 31 december – 9,5% korting op vrijwel ons hele PE-aanbod dat binnen deze actieperiode valt.