Het Register Belastingadviseurs (RB) heeft een reactie gegeven op de internetconsultatie Zelfstandigenwet, zie Reactie RB Zelfstandigenwet.

Het RB ondersteunt de doelstelling van de voorgestelde Zelfstandigenwet: meer duidelijkheid voor zelfstandigen en opdrachtgevers, het tegengaan van schijnzelfstandigheid en het creëren van een zogenoemde ‘veilige haven’. Het RB concludeert echter dat het wetsvoorstel deze doelstelling slechts beperkt bereikt.

De kern van de kritiek is dat de Zelfstandigenwet uitsluitend een arbeidsrechtelijk beoordelingskader introduceert, zonder voldoende aansluiting op de fiscale wetgeving. Hierdoor blijven twee verschillende toetsingskaders naast elkaar bestaan: een arbeidsrechtelijke zelfstandigentoets en een fiscale beoordeling van ondernemerschap. Dit kan ertoe leiden dat iemand arbeidsrechtelijk als zelfstandige wordt aangemerkt, maar fiscaal niet, of andersom. Volgens het RB vergroot dit juist de onzekerheid voor zelfstandigen en opdrachtgevers.

Daarnaast biedt de wet onvoldoende bescherming aan opdrachtgevers die te goeder trouw vertrouwen op de informatie van een opdrachtnemer. Als achteraf blijkt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt, kunnen opdrachtgevers alsnog worden geconfronteerd met naheffingen, premies en boetes. Volgens het RB is pas sprake van een echte veilige haven wanneer goedwillende opdrachtgevers hiertegen worden beschermd.

Een belangrijk knelpunt ligt bij de loonheffingen. Hoewel een werkrelatie binnen de veilige haven civielrechtelijk geen arbeidsovereenkomst vormt, kunnen fiscale fictieve dienstbetrekkingen alsnog van toepassing zijn. Daardoor kunnen opdrachtgevers toch inhoudings- en premieplichtig worden voor loonbelasting en sociale verzekeringen. Het RB pleit daarom voor een gerichte fiscale doorwerking van de veilige haven. Wanneer aan de zelfstandigentoets en werkrelatietoets wordt voldaan, zouden ook de belangrijkste fictieve dienstbetrekkingen in de loonheffingen buiten toepassing moeten blijven. Ook de werknemersverzekeringen en de Zorgverzekeringswet moeten hierop worden afgestemd. Daartoe doet het RB een concreet voorstel voor een nieuw artikel 4a in de Wet op de loonbelasting 1964.

Verder vraagt het RB aandacht voor grensoverschrijdende situaties. Zonder aanvullende regels kunnen verschillen ontstaan tussen de civielrechtelijke kwalificatie, fiscale behandeling, belastingverdragen en sociale zekerheidswetgeving. Het RB adviseert daarom expliciete wettelijke bepalingen en toelichting voor internationale opdrachten.

Ten aanzien van de consultatievragen pleit het RB onder meer voor:

  • een inkomensafhankelijke norm voor voorzieningen;
  • een tijdelijke startersverklaring voor beginnende zelfstandigen;
  • objectieve en controleerbare criteria voor het begrip ‘werken voor eigen rekening en risico’;
  • gelijke behandeling van buitenlandse zelfstandigen en buitenlandse bewijsstukken.

 Deze reactie van het RB is opgesteld door Bureau Vaktechniek in samenwerking met de Commissie Loonheffingen en de Commissie Winst van het RB.

Recente nieuwsberichten