Esther-Mirjam is hoogleraar Economische Theorie en Economisch Beleid aan de Radboud Universiteit en partijvoorzitter bij de PvdA. Wij zijn benieuwd hoe de weg naar deze topfuncties eruitziet en stelden haar enkele vragen.

Hoe ben je op deze toppositie(s) terecht gekomen?
‘Als jonge vrouw was ik sterk op mijn carrière gericht, uit intrinsieke motivatie. Ik heb mijn PhD behaald aan Stanford University in de VS. Daarna heb ik nog lang in de VS gewoond, terwijl ik verbonden was aan de University of Notre Dame. Toen ik op 37-jarige leeftijd terugkeerde naar Nederland, had ik een stevig profiel opgebouwd om in aanmerking te komen voor het hoogleraarschap.
Rond het voorzitterschap van de PvdA ging het anders. Daar was een verkiezing aan de orde, waar in totaal acht kandidaten aan meededen. Ook hier had ik echter een stevige basis. Ik was eerder voorzitter van de verkiezingsprogrammacommissie geweest en heb een lange staat van dienst binnen de partij. Wellicht hielp mijn wetenschappelijke achtergrond ook, maar dat is gissen.’

Zijn er momenten geweest waarop je, onderweg daarnaartoe, vastliep of hulp kon gebruiken?
‘Ja, ik heb me ook gekandideerd voor het lijsttrekkerschap voor de Eerste Kamer, in 2018-2019. Het ging toen tussen vier kandidaten en die verkiezing heb ik verloren. Dat is heel leerzaam voor me geweest en ik heb die ervaring als voorbereiding gebruikt in de voorzitterscampagne. Het gaf me namelijk inzicht in wat werkte en wat niet. Soms lukken dingen niet en dat is oké. Ook daar leer je namelijk van.  
Ik heb ook een moment gehad dat ik niet zo goed wist welke kant ik op wilde. Ik ben vanuit het hoogleraarschap gegroeid richting een meer bestuurlijke rol binnen de universiteit, onder andere als vice-decaan onderwijs. Parallel hieraan was ik Eerste Kamerlid. Ik heb toen voor de vraag gestaan ‘hoe verder?’. Wilde ik meer focussen op wetenschap, politiek of bestuur? Om me te helpen met die vraag heb ik een coach ingeschakeld, met wie ik overigens nog steeds spreek. Mijn coach helpt me om richting te bepalen en zodanig te handelen dat ik vervolgens ook succesvol kan zijn in de richting die ik kies.’

Deel je onze mening dat vrouwen wat zekerder mogen zijn over hun kennis en kunde?
‘We moeten constateren dat het aantal topvrouwen achterblijft. Dat ligt deels bij de vrouwen maar wordt ook deels beïnvloed door maatschappelijke verwachtingen en de cultuur in een zakelijke omgeving. Het is dus te eenvoudig om te zeggen: geef vrouwen een training om zekerder te zijn.
Neem als voorbeeld de maatschappelijke verwachting over de rol die vrouwen vervullen. Ik weet nog goed dat ik op het schoolplein werd aangesproken en complimenten kreeg omdat ik een carrière en ouderschap combineerde. Tegelijkertijd werd een vader die met de klas naar zwemles ging beschouwd als loser. ‘Had hij niks beters te doen?’ Mensen noemen het ook wel ‘het katten- en honden-dilemma’: Hoe houd je je als kat staande in een hondenwereld? Je kunt je heel honds gaan gedragen, maar dan word je een beetje een vreemde hond. Je kunt ook als een kat blijven gedragen, maar dan val je ook buiten de groep. Dus wat doe je? Als vrouw val je vaak in één van twee groepen: je bent ofwel onaardig maar competent, of aardig maar incompetent. Zo zijn er heel veel impliciete vooroordelen die niet onderschat moeten worden.’

Wat is volgens jou ‘vrouwelijk leiderschap’ en wat is de meerwaarde daarvan?
‘Ik vind dit een lastige vraag omdat je heel snel in karikaturen terechtkomt en die probeer ik altijd te vermijden. Het is belangrijk om te benadrukken dat het niet noodzakelijk is dat een vrouw vrouwelijk is en een man mannelijk is. In een mannelijke cultuur is het voor een mannelijke vrouw makkelijker om zich staande te houden dan voor een vrouwelijke man en andersom. Wanneer minstens 30% van de organisatie man is en minstens 30% vrouw, is er meestal geen sprake van een overheersende mannen- of vrouwencultuur en heb je een betere balans binnen het bedrijf.
Als we dan toch naar verschillen tussen man en vrouw kijken is het opvallend dat mannen in stabiele economische tijden risico’s beter kunnen inschatten en vrouwen juist in stressvolle situaties. In moeilijkere tijden is er dan ook een verlangen naar vrouwelijk leiderschap -kijk bijvoorbeeld terug naar de economische crisis- en zo komen vrouwen vaak op moeilijkere leiderschapsposities terecht. Het gevolg is dat vrouwen vaker falen. Dit fenomeen staat ook bekend als the glass cliff-theory. Volgens dat principe zouden maar weinig vrouwen die de top halen, daar voor langere tijd blijven. En dat zou ik graag anders zien.’

Ben je voor een quotum dat het aantal vrouwen in topfuncties vastlegt?
‘Sterker nog, ik heb het verdedigd in de Eerste Kamer. Ik ben een van de woordvoerders geweest die dit wetsvoorstel er doorheen heeft gesleept. Wat fascinerend was, is dat het quotum zo’n ingrijpend instrument is dat de regering dit symmetrisch wilden maken. Dat houdt in dat als er een grens van 30% voor vrouwen kwam, er ook een 30%-grens voor mannen moest komen. Daar waren de meeste senatoren het niet mee eens, want een instrument als quotumwetgeving is zo ingrijpend dat het alleen in uitzonderlijke gevallen mag worden ingezet. De regering had nagelaten het mannenquotum expliciet te toetsen aan de criteria die door het Hof van Justitie zijn gesteld aan voorkeursbeleid bij werving en selectie, te weten een aantoonbaarheidsvereiste, een zorgvuldigheidsvereiste, een evenredigheidsvereiste en een kenbaarheidsvereiste. Na een aantal toezeggingen van de regering kon de Eerste Kamer uiteindelijk instemmen.’

Hoe kunnen mannen bijdragen aan een betere positie van vrouwen in de fiscale wereld?
‘Wat op de universiteit als een zonnetje werkt is ons coaching programma met senior mannen en junior vrouwen. Want als je junior vrouwen laat coachen door senior vrouwen, maak je het een vrouwenprobleem, terwijl het ook een cultuurprobleem is. Een cultuur die inclusief zou moeten zijn. We hebben ons toen laten adviseren door Jennifer de Vries, een Australische vrouw die een bifocal aanpak heeft bedacht en aan de hand daarvan hebben we senior mannen gekoppeld aan junior vrouwen. 
Dat coaching programma werkt op twee manieren. De mannen komen in aanraking met alle vooroordelen waar vrouwen tegenaan lopen. Zij kunnen helpen om de organisatiecultuur aan te pakken. En vanuit hun ervaring kunnen de mannen de vrouwen juist helpen om carrière te maken. En dat programma werkt echt super!’

Welke tip kun je onze vrouwelijke leden meegeven?
‘Lef, netwerk en ondersteuning zou ik als sleutelwoorden willen meegeven. Ik ben erg gecharmeerd van de Pippi Langkous uitspraak: Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan. Die gedachte is het meest succesvol als je een breed netwerk hebt. Maak daarnaast gebruik van gespecialiseerde professionals om je te ondersteunen. Het is niet verkeerd, juist alleen maar heel erg sterk om je lef van een solide basis te voorzien in de vorm van een netwerk en ondersteuning.’

Vrouwen in de fiscaliteit

Deel dit nieuwsbericht